Macronutriënten

Wat zijn Macronutriënten?

Eten van voedsel is belangrijk voor energie en nutriënten (voedingstoffen). Zo kan je gezond blijven en goed functioneren.  Voedsel bestaat vooral uit water (bijvoorbeeld tomaten 95%). De meest vaste materialen zijn koolhydraten, vetten en eiwitten. Als je deze materialen (bouwstoffen) kan verwijderen houdt je een klein deel van vitamines, mineralen en andere componenten over.

Nutrients zijn: water, koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamine en sommige mineralen. Nutriënten worden gebruikt door het lichaam voor groei, in standhouden en repareren van weefsel. Een lichaam bestaat voornamelijk uit water daarna uit vet. De meeste kilo’s zijn eiwitten, koolhydraten en mineralen van botten. Vitamine, andere mineralen vormen maar een klein deel van het lichaam.

De meest eenvoudige nutriënt zijn mineralen. Het zijn chemische elementen (atomen). De identiteit van mineraal veranderd nooit, ook al is de lading soms verschillend, de atoom blijft het zelfde. Het maakt niet uit of atoom in voedsel zit, iemand het voedsel opeet, wanneer bijvoorbeeld ijzer een deel van rode bloedcel wordt, wanneer de cel afgebroken wordt en wanneer ijzer uitgescheiden wordt is het allemaal hetzelfde atoom!

koolhydraten

Inorganic nutrients: water en mineralen, nutrienten die niet uit koolstof bestaan.  Organic nutrients: koolhydraten, eiwitten, vetten en vitaminen. Zijn nutrienten die wel koolstof bevatten.

Essentieele nutriënten: voedingstoffen die het lichaam niet zelf kan aanmaken en dus nodig moet hebben uit voedsel.

Energie is van belang om arbeid te verrichten.

Energie verbruik wordt gebruikt voor:

  • basaalmetabolisme
  • lichamelijke activiteit
  • thermogeen effect van de maaltijd

Energie inname:

  • door middel van voeding
  • opgeslagen energie: glycogeen, vet, spieren

Wanneer  meer energie wordt geconsumeerd dan wordt verbruikt dan is er een verhoogde energieopslag, je komt gewicht aan. Wanneer je minder energie consumeert, is er een lagere energieopslag en verlies je gewicht.

3 belangrijke macronutriënten die energie leveren: het lichaam heeft hier veel van nodig per dag.

  • eiwitten
  • koolhydraten
  • vetten

Belangrijke energiebronnen voor zowel mannen als vrouwen zijn graanproducten daarna komt melk en daarna vlees.

Kcal: energie (warmte) nodig om de temperatuur van 1 kg water 1 graden Celcius te doen stijgen. 1 kcal = 4,18 kJ (joule=energie nodig om object te verplaatsen met kracht van 1 newton over 1 meter).

Hoeveel energie iemand nodig heeft wordt individueel bepaald:

  • gewicht
  • lichaamssamenstelling
  • activiteit
  • levensfase
  • ziekte

Gemiddelde behoefte volwassenen: 10 MJ/d (2500 kcal)

  • Baby’s: 1,8-3 MJ/d
  • 1- 18 jaar: Jongens 5-14 MJ/d en meisjes 4,7-10,4 MJ/d
  • 19-70 jaar: mannen: 9,3-12,9 MJ/d en vrouwen 7,8-10,2 MJ/d
  • Zwangeren: 1,2 MJ/d extra